Naar de inhoud
Quaestio

Eenvoudige rekenmachine

Schrijf de hele uitdrukking, desnoods met haakjes, dan wordt het antwoord berekend terwijl je typt.

Typ op het toetsenbord of gebruik de toetsen. Enter rekent uit.

Geschiedenis

Reken iets uit, dan verzamelt het zich hier.

Insluiten

Deze tool op je eigen site insluiten

Kopieer de code en plak die waar de tool moet verschijnen, bijvoorbeeld in een blogbericht of op een schoolpagina. Het is gratis, het kader heeft geen advertenties en de tool rekent in de browser van de bezoeker.

Zo werkt het

De rekenmachine rekent hele uitdrukkingen uit in plaats van stap voor stap. Je kunt dus 12 * (3 + 4) schrijven en krijgt het antwoord meteen, zonder eerst de haakjes uit te rekenen.

De rekenvolgorde is de gebruikelijke: eerst haakjes, dan machten, dan vermenigvuldigen en delen vóór optellen en aftrekken.

Zowel punt als komma werkt als decimaalteken, en spaties tussen cijfers worden als duizendtalscheiding gelezen. 1 000 + 1 geeft dus 1.001. Gebruik geen punt voor duizendtallen: 1.000 wordt gelezen als het getal 1, omdat de punt een decimaalteken is.

Het procentteken betekent honderdste, dus 50% is 0,5 en 200 * 10% is 20.

Enter rekent uit, Escape wist. Het antwoord wordt het vertrekpunt voor de volgende som, net als bij een echte rekenmachine.

Alles wordt in je browser berekend. De uitdrukking wordt in een boom vertaald en van daaruit uitgerekend, nooit als code uitgevoerd, dus wat je invoert kan niets starten.

Procent na plus en min

Staat een percentage los na een plus of een min, dan wordt het genomen van alles wat ervoor staat, zoals op een gewone zakrekenmachine. 100 − 30% geeft 70, 100 + 25% geeft 125, en 50 + 50 + 10% geeft 110, omdat de tien procent van de som, 100, wordt genomen.

Hoort het percentage bij een vermenigvuldiging, dan wordt het als honderdsten gelezen. 100 − 2 * 30% geeft daarom 99,4, omdat 2 * 30% gelijk is aan 0,6, en 3 + 4% * 10 geeft 3,4.

Getallen naast elkaar

Een getal direct voor een haakje wordt ermee vermenigvuldigd: 2(3 + 4) geeft 14 en (1 + 2)(3 + 4) geeft 21. Twee getallen met alleen een spatie ertussen worden nooit vermenigvuldigd: 2 3 wordt het getal 23.

Een komma tussen twee gehele getallen maakt er een decimaal getal van zoals het geschreven staat, dus 2,05 is twee komma nul vijf en niet 2,5. Een macht van tien schrijf je met een e: 1e3 is 1.000.

Wat je ziet en wat er wordt bewaard

De browser rekent met binaire drijvendekommagetallen van 64 bits, zoals de JavaScript-standaard voorschrijft. Het getal 0,1 is binair niet exact op te slaan, dus 0,1 + 0,2 wordt intern 0,30000000000000004. Het antwoord krijgt hoogstens twaalf significante cijfers en staat daarom als 0,3 in beeld, maar als je op Enter drukt, komt de volledige opgeslagen waarde in het veld, met een punt geschreven.

Dezelfde grens van twaalf cijfers geldt voor grote getallen. 123456789012345 wordt getoond als 123.456.789.012.000, waarbij de laatste drie nullen uit de weergave komen en niet uit de berekening. Getallen vanaf duizend biljoen en onder een miljoenste worden als macht van tien getoond. Gehele getallen boven 9.007.199.254.740.991 zijn niet allemaal exact op te slaan, dus 9999999999999999 wordt als 10¹⁶ opgeslagen en als macht van tien getoond.

Geheugen, teken en geschiedenis

M+ telt het huidige antwoord bij het geheugen op en M− trekt het ervan af. MR zet de opgeslagen waarde aan het eind van de uitdrukking en MC wist het geheugen. ± draait het teken van het laatste getal om, dus 3 + 2,5 wordt 3 + (−2,5), en een tweede druk haalt het teken weer weg. ans staat voor het antwoord op de vorige berekening. De geschiedenis bewaart de laatste twintig berekeningen, en een klik op een regel haalt de uitdrukking terug. Geheugen en geschiedenis verdwijnen als je de pagina opnieuw laadt. Het veld met de uitdrukking blijft in beeld terwijl je naar de toetsen scrolt.

Bronnen

Zo worden de tools gecontroleerd