Leesbaarheidsindex
Plak een tekst, dan wordt de leesbaarheidsindex berekend, samen met de getallen waarop die berust.
Plak hierboven een tekst.
De schaal
- Onder de 30 – heel makkelijk, zoals kinderboeken
- 30–40 – lichte fictie
- 40–50 – gewoon zakelijk proza, zoals kranten
- 50–60 – moeilijke tekst, vaak vakteksten
- Boven de 60 – heel moeilijk, ambtelijke of wetenschappelijke taal
Een lang woord heeft meer dan zes letters. Leestekens tellen niet mee in de woordlengte.
Zo werkt het
LIX is een leesbaarheidsmaat die Carl-Hugo Björnsson in de jaren zestig ontwikkelde. Hij bestaat uit de gemiddelde zinslengte plus het percentage lange woorden, waarbij een lang woord meer dan zes letters heeft.
De maat vangt twee dingen die een tekst allebei zwaarder maken: lange zinnen, waarbij de lezer meer moet onthouden, en lange woorden, die vaak samenstellingen of vaktermen zijn.
Onder de 30 geldt als heel makkelijk, zoals kinderboeken. 30 tot 40 is lichte fictie, 40 tot 50 gewoon zakelijk proza zoals kranten, 50 tot 60 is moeilijk, en boven de 60 is ambtelijke of wetenschappelijke taal. De indeling is een vuistregel zonder vastgelegde bron en is gemaakt voor het Zweeds. Toen Björnsson kranten in elf talen vergeleek, kwamen Zweedse kranten op 47, Duitse op 59 en Finse op 72; dezelfde soort tekst valt dus per taal anders uit.
Een lage waarde is geen doel op zich. Het gaat om wie het moet lezen: een tekst voor het brede publiek hoort laag te blijven voor zijn taal, een technisch rapport voor vakgenoten mag hoger liggen.
De maat kijkt alleen naar lengte, niet naar inhoud. Een tekst vol korte maar onbegrijpelijke woorden krijgt toch een lage LIX, en een goed geschreven tekst met een paar lange eigennamen krijgt een hogere waarde dan hij verdient.
Zinnen worden geteld op afsluitende leestekens, waardoor afkortingen met een punt als zinseinde kunnen tellen. De waarde is daarom een schatting, geen exacte meting.
Hetzelfde bericht, drie keer
Drie versies van ongeveer hetzelfde bericht over een aanvraag, voor deze pagina geschreven. De LIX is berekend met het hulpmiddel hierboven.
| Tekst | LIX | Niveau |
|---|---|---|
| EenvoudigWe hebben je aanvraag ontvangen. We lezen hem nu. Je hoort binnen twee weken van ons. Heb je vragen? Bel ons dan. | 13 | Heel makkelijk |
| Gewoon zakelijk prozaBedankt voor je aanvraag, die we hebben ontvangen en geregistreerd. De behandeling duurt meestal ongeveer twee weken, en zodra er een besluit is, sturen we dat schriftelijk naar het adres dat je hebt opgegeven. Heb je vragen over de aanvraag of wil je iets aanvullen, neem dan contact op met de behandelaar. | 44 | Gewoon zakelijk proza |
| AmbtelijkUw aanvraag is ontvangen en wordt momenteel in behandeling genomen, waarbij besluitvorming naar verwachting zal plaatsvinden binnen een afhandelingstermijn van ongeveer veertien dagen. Eventuele vragen met betrekking tot voornoemde aangelegenheid dienen te worden gericht aan de behandelend ambtenaar. | 69 | Heel moeilijke tekst |
Zo wordt de LIX van de eerste tekst berekend
- De tekst heeft 22 woorden in 5 zinnen, dus gemiddeld 4,4 woorden per zin.
- Het aantal lange woorden, woorden met meer dan zes letters, is 2. Dat is 9,1 procent van alle woorden.
- De LIX is de som van die twee getallen: 13,5.
De formule
De LIX is het aantal woorden gedeeld door het aantal zinnen, plus het aantal lange woorden maal honderd gedeeld door het aantal woorden. Het eerste deel meet de zinslengte, het tweede het aandeel lange woorden. Een lang woord heeft meer dan zes letters. Leestekens tellen niet als letter, en een getal telt wel als woord maar nooit als lang woord.
De maat komt van de Zweedse onderwijskundige Carl-Hugo Björnsson, die in 1968 het boek Läsbarhet publiceerde na een onderzoek naar de leesbaarheid van schoolboeken. Omdat de formule alleen letters en woorden telt en geen lettergrepen, is ze zonder aanpassing in andere talen te gebruiken, en dat gebeurt in verschillende Europese landen ook. De grenzen tussen makkelijk en moeilijk zijn wel op Zweedse teksten geijkt.
Voor het Nederlands is dat iets om rekening mee te houden. Het Nederlands schrijft samenstellingen aan elkaar, dus waar het Engels twee korte woorden schrijft, staat er hier één lang woord. Een Nederlandse tekst haalt daardoor mechanisch een hoger aandeel lange woorden dan een Engelse tekst van dezelfde moeilijkheid. Gebruik de LIX dus vooral om versies van je eigen tekst met elkaar te vergelijken, niet om talen naast elkaar te leggen.
Leesbaarheid meten in het Nederlands
De bekendste Nederlandse leesbaarheidsformule is Flesch-Douma. W.H. Douma paste in 1960 de formule van Rudolf Flesch aan voor het Nederlands door beide constanten met tien procent te verlagen, omdat Nederlandse woorden gemiddeld meer lettergrepen hebben en er voor dezelfde inhoud meer woorden nodig zijn. Zijn onderzoek verscheen als De leesbaarheid van landbouwbladen bij de Landbouwhogeschool in Wageningen.
Flesch-Douma telt lettergrepen per woord in plaats van letters, en geeft een hoge score aan een makkelijke tekst, dus precies andersom dan de LIX. Lettergrepen tellen is bewerkelijk en foutgevoelig; dat de LIX zich tot letters beperkt, is de reden dat hij buiten het Zweeds zo gemakkelijk te gebruiken is.
Daarnaast wordt in Nederland vaak in niveaus van het Europees Referentiekader gesproken. De Rijksoverheid schrijft nieuwe webteksten op taalniveau B1, eenvoudig Nederlands dat de overgrote meerderheid van de bevolking begrijpt, en past bestaande teksten daarop aan bij onderhoud. Die niveaus gaan over woordkeus en zinsbouw samen, en zijn niet uit een formule te berekenen.
Wat een getal niet meet
Duidelijk schrijven is meer dan korte woorden en korte zinnen. Het gaat om beginnen met het belangrijkste, de lezer aanspreken, actieve werkwoorden gebruiken, vakjargon uitleggen en de tekst zo opbouwen dat iemand hem kan scannen. De LIX meet daar maar een klein deel van: een tekst kan een lage score halen en toch onbegrijpelijk zijn, bijvoorbeeld als de volgorde nergens op slaat of als er cruciale informatie ontbreekt.
In Nederland lopen verschillende initiatieven om overheidsteksten begrijpelijker te maken. Direct Duidelijk begon als landelijke campagne en hoort nu bij digitale toegankelijkheid; organisaties kunnen zich met de Direct Duidelijk Deal vastleggen op duidelijke communicatie.
De praktische waarde van de LIX zit in het vergelijken. Schrijf een alinea, meet, herschrijf en meet opnieuw. Zakt het getal met tien punten, dan heb je bijna zeker iets weggehaald wat de lezer in de weg zat. Blijft het gelijk terwijl de tekst duidelijk beter is geworden, dan heb je iets verbeterd wat deze maat nu eenmaal niet ziet.
Andere leesbaarheidsmaten
Voor het Engels is de Flesch reading ease, die Rudolf Flesch in 1948 publiceerde, de meest gebruikte maat. Die telt lettergrepen per woord in plaats van letters en geeft juist hoge waarden aan makkelijke teksten. Flesch–Kincaid, in 1975 ontwikkeld voor de Amerikaanse marine, weegt dezelfde twee grootheden anders en geeft de uitkomst als een Amerikaans schooljaar.
Alle formules van dit type kijken alleen naar de vorm: hoe lang de zinnen zijn en hoe lang of hoe ingewikkeld de woorden. Geen enkele kijkt naar de inhoud, de ordening of de voorkennis van de lezer. Ze zijn nuttig als thermometer en waardeloos als eindoordeel.