Btw
Reken de btw in beide richtingen: erbij optellen of uit een prijs halen.
Inclusief btw
1.210,00
- Exclusief btw1.000,00
- Btw210,00
- Inclusief btw1.210,00
De Nederlandse tarieven zijn 21% als algemeen tarief en 9% verlaagd, onder meer op levensmiddelen, boeken, medicijnen en het openbaar vervoer.
Zo werkt het
De btw wordt bij de prijs exclusief opgeteld. Met 21% btw wordt 1.000 euro dus 1.210 euro inclusief.
De andere kant op ligt minder voor de hand. De btw in een prijs van 1.210 euro is geen 21% van 1.210, maar 210 euro, dus ruim 17,36% van de prijs inclusief. Je deelt door 1,21 in plaats van te vermenigvuldigen.
Nederland heeft twee tarieven: 21% als algemeen tarief en 9% verlaagd, onder meer op levensmiddelen, boeken, medicijnen, het openbaar vervoer en de toegang tot theaters en musea.
Sommige prestaties zijn helemaal vrijgesteld, zoals medische zorg, verzekeringen, veel onderwijs en de verhuur van woonruimte. Wie vrijgesteld is, mag daarvoor ook geen voorbelasting aftrekken.
Btw-plichtige ondernemers dragen de ontvangen btw af en trekken de zelf betaalde voorbelasting daarvan af. De belasting wordt daardoor pas bij de eindklant een last.
Zo rekent de tool
De tool berekent alleen de btw en rondt die af op hele centen, met een halve cent naar boven. Het andere bedrag is de som of het verschil, zodat het bedrag exclusief btw en de btw samen altijd precies het bedrag inclusief btw zijn. Ga je uit van een bedrag exclusief btw, dan is de btw het bedrag maal het tarief gedeeld door 100. Ga je uit van een bedrag inclusief btw, dan is de btw het bedrag maal het btw-deel, dat is het tarief gedeeld door 100 plus het tarief: 21/121 bij 21% en 9/109 bij 9%, ofwel 8,26%. Een bedrag met meer dan twee decimalen wordt eerst op hele centen afgerond, en het tarief kan elk getal van 0 tot en met 100 zijn, ook met decimalen.
Dat is ook de regel van de Belastingdienst: een btw-bedrag met meer dan twee cijfers achter de komma rond je rekenkundig af op hele centen, dus 20,124 euro wordt 20,12 euro en 20,125 euro wordt 20,13 euro. Je mag per geleverd goed of per dienst afronden of het totaalbedrag afronden, maar niet beide methodes naast elkaar, en je houdt een vaste lijn aan. In de btw-aangifte rond je de bedragen af op hele euro’s, en dat mag in je eigen voordeel.
Voorbeeld: lunch met een glas wijn
Voor eten in de horeca maakt het niet uit of je ter plaatse eet of meeneemt: de verkoop van voedingsmiddelen in de horeca valt onder het tarief van 9%, net als koffie en frisdrank, terwijl wijn en bier onder 21% vallen. Een lunch van 12,80 euro inclusief btw bevat bij 9% 1,06 euro btw, zodat 11,74 euro overblijft. Een glas wijn van 5,50 euro bevat bij 21% 0,95 euro btw en 4,55 euro zonder. Samen is dat 2,01 euro btw op een rekening van 18,30 euro.
Reken daarom per tarief en niet over het totaal: over de hele 18,30 euro zou 9% 1,51 euro btw geven en 21% 3,18 euro. Biedt een zaak lunch en wijn samen voor één prijs aan en zijn het afzonderlijke prestaties, dan wordt die prijs volgens de Belastingdienst gesplitst op basis van de gangbare prijzen van de onderdelen. Wie niet splitst, betaalt over de hele vergoeding 21%. Maak in de tool dus één berekening per tarief.