Bruto netto berekenen 2026
Vul je brutoloon in om te zien hoeveel loonheffing je werkgever in 2026 inhoudt, welke heffingskortingen je krijgt en wat er netto overblijft, per maand en in mei met vakantiegeld.
Nettoloon per maand
€ 3.023
Belasting per maand€ 677
Aandeel belasting18,3%
Marginaal tarief40,8%
Zo is de belasting opgebouwd
| Per maand | Per jaar | |
|---|---|---|
| Brutoloon | € 3.700 | € 44.400 |
| Loonbelasting/premie volksverzekeringen, vóór heffingskortingen | € 1.331 | € 15.967 |
| Algemene heffingskorting | € -181 | € -2.178 |
| Arbeidskorting | € -472 | € -5.662 |
| Belasting en premies | € 677 | € 8.127 |
| Nettoloon | € 3.023 | € 36.273 |
Afwijkende maanden
- Gewone maand
- € 3.023
- Mei, met vakantiegeld
- € 4.782
Loonheffing per maand
- Jaarloon volgens de tabel
- € 44.388
- In te houden loonheffing
- € 677
- Verrekende arbeidskorting
- € 472
Vakantiegeld per jaar
- Bruto
- € 3.552
- Loonheffing, bijzonder tarief (50,47%)
- € 1.793
- Netto
- € 1.759
- Nettoloon per jaar inclusief vakantiegeld
- € 38.032
Indicatieve berekening voor 2026 voor een werknemer die in Nederland woont, op basis van de rekenvoorschriften en de witte loonbelastingtabel van de Belastingdienst. Het vakantiegeld is belast tegen het bijzonder tarief, uitgaande van een jaarloon vorig jaar dat even hoog was als dit jaar. Niet meegenomen: de 30%-regeling, de jonggehandicaptenkorting en de alleenstaande-ouderenkorting, wie in 1945 of eerder is geboren, andere bijzondere beloningen zoals een dertiende maand, en de franchise in pensioenregelingen. Werkgeverspremies (Zvw, WW, WIA) gaan niet van het loon af. Loonheffing is een voorheffing; de definitieve inkomstenbelasting kan afwijken. Geen belastingadvies.
Zo werkt het
Je werkgever houdt elke maand loonheffing in: loonbelasting en premie volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz) in één bedrag. Het maandloon wordt omgerekend naar een jaarloon, en daarover gelden in 2026 drie schijven: 35,75% tot 38.883 euro, 37,56% tot 78.426 euro en 49,50% daarboven. Deze calculator volgt de rekenvoorschriften van de Belastingdienst en geeft hetzelfde bedrag als de witte maandloontabel; dat is gecontroleerd voor alle regels van de tabel.
Van dat bedrag gaan de heffingskortingen af. De algemene heffingskorting is maximaal 3.115 euro per jaar en neemt vanaf 29.736 euro af met 6,398% van het meerdere, tot nul bij 78.426 euro. De arbeidskorting groeit mee met het loon tot maximaal 5.685 euro bij 45.592 euro en neemt daarna af met 6,51%, tot nul bij 132.920 euro.
Door die afbouw is het marginale tarief hoger dan de schijf doet vermoeden. Tussen ongeveer 3.800 en 6.535 euro bruto per maand gaat ruim 50% van elke extra euro naar de loonheffing, en tussen 6.535 en 11.077 euro per maand ongeveer 56%. Pas boven een jaarloon van 132.920 euro zijn alle kortingen weg en geldt alleen de 49,50% van de hoogste schijf.
Een voorbeeld: bij 4.000 euro bruto per maand, zonder pensioenpremie, is de loonheffing 818,67 euro en het nettoloon 3.181,33 euro. De loonheffingskorting mag maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk worden toegepast; bij een tweede baan zet je die uit en wordt er dus meer ingehouden.
Vakantiegeld is minimaal 8% van het brutoloon en wordt meestal in mei uitbetaald. Het wordt belast tegen het bijzonder tarief uit de tabel bijzondere beloningen, dat afhangt van het jaarloon van vorig jaar. Bij 4.000 euro per maand is dat 50,47%, zodat van 3.840 euro vakantiegeld 1.901,96 euro netto overblijft. Kies of het opgegeven loon het vakantiegeld al bevat of dat het er nog bovenop komt.
De pensioenpremie van de werknemer verschilt per pensioenfonds en gaat van het loon af voordat de loonheffing wordt berekend, zodat je er minder belasting door betaalt. Wie de AOW-leeftijd heeft bereikt, 67 jaar in 2026, betaalt geen AOW-premie: de eerste schijf is dan 17,85%, de kortingen zijn lager en de ouderenkorting van maximaal 2.067 euro komt erbij.
Loonheffing is een voorheffing. In de aangifte inkomstenbelasting worden de heffingskortingen over je hele inkomen berekend, dus de definitieve belasting kan afwijken. De 30%-regeling, toeslagen, een dertiende maand en werkgeverspremies zoals de bijdrage Zvw zijn niet meegenomen. In de calculator kun je ook andere landen kiezen.
Rekenvoorbeelden
De tabel laat zien wat er in 2026 van een aantal brutolonen overblijft: met loonheffingskorting, zonder pensioenpremie, voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt en met het vakantiegeld bovenop het genoemde loon. De bedragen komen uit dezelfde rekenregels als de calculator hierboven.
| Brutoloon | Loonheffing | Nettoloon | Aandeel loonheffing | Marginaal tarief |
|---|---|---|---|---|
| € 2.000 | € 61 | € 1.939 | 3,1% | 4,8% |
| € 3.000 | € 387 | € 2.613 | 12,9% | 39,8% |
| € 3.700 | € 677 | € 3.023 | 18,3% | 41,6% |
| € 5.000 | € 1.325 | € 3.675 | 26,5% | 49,9% |
| € 7.500 | € 2.639 | € 4.861 | 35,2% | 55,4% |
| € 10.000 | € 4.040 | € 5.960 | 40,4% | 55,4% |
Het marginale tarief is het deel van de volgende 100 euro brutoloon dat naar de loonheffing gaat.
Stap voor stap: € 3.700 per maand
€ 3.700 per maand is € 44.400 per jaar. De Belastingdienst rekent het maandloon eerst om naar een jaarloon, berekent daarover de loonbelasting en de premie volksverzekeringen, en haalt daar de heffingskortingen vanaf. Regels met een minteken zijn kortingen die de loonheffing verlagen.
| Post | Per jaar | Per maand |
|---|---|---|
| Brutoloon | € 44.400 | € 3.700 |
| Jaarloon volgens de tabel | € 44.388 | |
| In te houden loonheffing | € 677 | |
| Verrekende arbeidskorting | € 472 | |
| Loonbelasting/premie volksverzekeringen, vóór heffingskortingen | € 15.967 | € 1.331 |
| Algemene heffingskorting | € -2.178 | € -181 |
| Arbeidskorting | € -5.662 | € -472 |
| Nettoloon | € 36.273 | € 3.023 |
Het marginale tarief ligt hoger dan de schijf
Het aandeel loonheffing over je hele loon en het marginale tarief zijn twee verschillende dingen. Het eerste zegt hoeveel van je loon in totaal naar de belasting gaat, het tweede hoeveel van een loonsverhoging. Het tweede getal is bijna altijd het hogere, en het is het getal dat telt als je uitrekent wat een extra dag werken of een promotie oplevert.
De loonbelasting en premie volksverzekeringen kennen in 2026 drie schijven: 35,75% over de eerste 38.883 euro jaarloon, 37,56% tot 78.426 euro en 49,50% daarboven. Die percentages staan in de rekenvoorschriften van de Belastingdienst, waar ook de loonbelastingtabellen op gebaseerd zijn.
Daar blijft het niet bij, want twee heffingskortingen worden afgebouwd naarmate je meer verdient. De algemene heffingskorting neemt vanaf een jaarloon van 29.736 euro af met 6,398% van het meerdere, en de arbeidskorting vanaf 45.592 euro met 6,51%. Elke euro die je erbij verdient kost je dus niet alleen belasting in de schijf, maar ook een stukje korting. Tussen 45.592 en 78.426 euro jaarloon komt dat samen op ongeveer 50,5%, en tussen 78.426 en 132.920 euro op ongeveer 56%.
Boven 132.920 euro is de arbeidskorting helemaal weg en is er niets meer af te bouwen. Daar geldt alleen nog de 49,50% van de hoogste schijf. Het hoogste tarief in de tabel is dus niet het hoogste tarief dat je in de praktijk betaalt: die piek ligt een stuk lager, bij een loon rond de 6.500 tot 11.000 euro per maand.
Toeslagen lopen mee met je inkomen
De calculator rekent alleen de loonheffing. Wie zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget krijgt, heeft daarnaast te maken met afbouwpercentages in die regelingen. Die toeslagen dalen als je inkomen stijgt, en dat komt bovenop het marginale tarief van de belasting. Voor lagere en middeninkomens kan het verschil tussen een loonsverhoging en wat je er netto van overhoudt daardoor veel groter zijn dan deze tabel laat zien.
Toeslagen worden berekend over het toetsingsinkomen van het hele huishouden en zijn een voorschot dat achteraf definitief wordt vastgesteld. Stijgt je loon halverwege het jaar, geef dat dan door, anders moet je later terugbetalen. De grenzen en percentages staan bij de Belastingdienst.
Wat de calculator niet meerekent
De calculator gaat uit van iemand die loon uit één dienstbetrekking heeft. De loonheffingskorting mag maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk worden toegepast. Heb je een tweede baan, zet de korting daar dan uit: anders krijg je de kortingen dubbel en volgt er bij de aangifte een aanslag.
Bijzondere beloningen zoals een dertiende maand, een bonus of de uitbetaling van overuren worden belast met het bijzonder tarief, dat is afgeleid van je jaarloon van vorig jaar. Alleen het vakantiegeld zit in deze calculator; andere eenmalige betalingen niet.
Ook niet meegerekend: de bijtelling voor een auto van de zaak, die als loon in natura bij je brutoloon wordt opgeteld, en aftrekposten die pas in de aangifte meetellen, zoals hypotheekrente, giften en specifieke zorgkosten. Die verlagen de inkomstenbelasting, niet de maandelijkse inhouding, tenzij je een voorlopige aanslag aanvraagt.
De expatregeling, nu nog de 30%-regeling, blijft buiten beschouwing. Vanaf 1 januari 2027 wordt het onbelaste forfait verlaagd naar 27% en gaat de salarisnorm omhoog; dat staat beschreven bij Ondernemersplein.
Vakantiegeld en het bijzonder tarief
Vakantiegeld is geen extraatje van je werkgever maar een recht. Artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag geeft je recht op een vakantiebijslag van ten minste 8% van het loon. In de meeste cao’s wordt dat in mei uitbetaald, maar spreiding over het jaar mag ook als dat schriftelijk is afgesproken.
Over die betaling houdt je werkgever loonheffing in tegen het bijzonder tarief uit de tabel bijzondere beloningen. Dat tarief ligt vaak boven de 50% en schrikt af, maar het is geen extra belasting. Het percentage bestaat uit het schijftarief plus een verrekeningspercentage dat de afbouw van de heffingskortingen meeneemt. Zonder die opslag zou er te weinig worden ingehouden en zou je het verschil bij de aangifte alsnog moeten betalen.
Het bijzonder tarief hangt af van je jaarloon van vorig jaar. De calculator neemt aan dat dat gelijk is aan het loon van dit jaar. Ben je van baan veranderd of meer gaan werken, dan kan het tarief op je loonstrook afwijken.
Wat je werkgever er bovenop betaalt
Naast je brutoloon betaalt je werkgever premies die niet van je loon af gaan en dus ook niet op de loonstrook als inhouding staan. De grootste is de werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet: in 2026 is dat 6,10% over het loon tot een maximumbijdrageloon van 79.409 euro, tegen 6,51% in 2025. De percentages staan op de pagina van de Belastingdienst over de bijdrage Zvw.
Daar komen de premies voor de werknemersverzekeringen bij: het Algemeen werkloosheidsfonds, met een lage premie voor vaste contracten en een hoge voor tijdelijke, en de premies voor arbeidsongeschiktheid. Het werkgeversdeel van de pensioenpremie staat daar weer los van en verschilt per pensioenfonds. Alleen het werknemersdeel van de pensioenpremie kun je in de calculator invullen; dat gaat van het loon af voordat de loonheffing wordt berekend, zodat je er minder belasting door betaalt.
Wat de loonstrook laat zien is een voorheffing. De definitieve inkomstenbelasting wordt in de aangifte vastgesteld over je hele inkomen, dus ook over rente, een tweede baan of het inkomen van een fiscaal partner. Klopt de inhouding het hele jaar, dan is het verschil klein; is je loon gedurende het jaar veranderd, dan kan het aardig oplopen, naar beide kanten.