Naar de inhoud
Quaestio

El

Lengte · Ook wel: Amsterdamse el, Brabantse el, Nederlandse el

Grootheid

Komt overeen met

68,8 cm

1 el (Amsterdamse el)

Andersom: 1 m is 1,4535 ellen.

  • Periode: tot 1820
  • Streek: Amsterdam en, in de 18e eeuw, veel andere plaatsen
  • Handelswaar: laken en linnen

Meer over de el

Waarden

WaardeKomt overeen metPeriodeGebruik
Amsterdamse el68,8 cmtot 1820laken en linnen · Amsterdam en, in de 18e eeuw, veel andere plaatsen
Brabantse elDit is de Brabantse el zoals Amsterdam hem geijkt hield. In Noord-Brabant zelf noteert de databank ook kortere ellen, van 0,68 en 0,684 m.69,4 cmtot 1820Amsterdam en het zuiden
Haarlemse el69,8 cmtot 1820Haarlem
overige ellenDe kleinste el in de databank is die van Eenum in Groningen met 0,656 m, de grootste de grote taille van Roermond met 0,76 m.65,6–76 cmtot 1820overig Nederland
Nederlandse el1 m1820–1870heel Nederland

Waarvoor de maat werd gebruikt

De el was de maat van de lakenhandel: stof werd aan de toonbank per el afgemeten, en elke stad hield daarvoor een eigen ijzeren el aan de gevel van het stadhuis of de waag.

Daardoor liepen de ellen ver uiteen, van 0,656 m in Groningen tot 0,76 m in Roermond, terwijl de Amsterdamse el van 0,688 m in de achttiende eeuw in steeds meer plaatsen werd overgenomen.

Bij de invoering van het Nederlands metriek stelsel werd de meter omgedoopt tot el, precies 1 m, ruim veertig centimeter meer dan de el die de kooplui kenden.

Bij de ijkwet van 7 april 1869 werd meter weer de officiële naam, zodat de el vanaf 1 januari 1870 uit de wet verdween.

In een tekst van tussen 1820 en 1870 betekent el dus altijd een meter, en in een oudere tekst altijd een stoflengte van ongeveer twee derde meter.

In het stelsel

Van 1820 tot 1870: 1 el = 10 palm = 100 duim = 1.000 streep, en 1 roede = 10 el.

Bronnen

Zo worden de tools gecontroleerd

Andere maten voor lengte

Alle historische maten