Roede
Lengte · Ook wel: Rijnlandse roede, Amsterdamse roede, roe
Komt overeen met
3,767 m
1 roede (Rijnlandse roede)
Andersom: 1 km is 265,438 roeden.
- Periode: 14e eeuw–1820
- Streek: Rijnland en Holland
Waarden
| Waarde | Komt overeen met | Periode | Gebruik |
|---|---|---|---|
| Rijnlandse roede | 3,767 m | 14e eeuw–1820 | Rijnland en Holland |
| Amsterdamse roedeDertien Amsterdamse voet van 0,283133 m. De databank rondt deze roede af op 3,677 m, maar rekent de Amsterdamse morgen met 3,68 m. | 3,681 m | tot 1820 | Amsterdam |
| overige roedenEr bestonden roeden van 12, 13, 14, 16 en 20 voet naast elkaar, soms in dezelfde stad. Amsterdam kende een roede van 13 voet, een van 16 voet van 4,53 m en omstreeks 1800 een van 12 voet van 3,39 m. | 3,39–7,3 m | tot 1820 | overig Nederland |
| Nederlandse roede | 10 m | 1820–1870 | heel Nederland |
Waarvoor de maat werd gebruikt
De roede was de meetlat van de landmeter en de dijkwerker, en daarmee de maat waarin akkers, dijken en polders werden vastgelegd.
De Rijnlandse roede was aan het begin van de zeventiende eeuw een onofficiële standaard geworden, ook voor kaarten van gebieden met eigen plaatselijke maten.
Aan het eind van de zeventiende eeuw werden twee ijzeren staven in de muur van het Leidse stadhuis gemetseld als openbare standaard, waaraan handelaars en bouwlieden hun meetstokken konden ijken.
Omdat die staven gingen roesten en slijten, legde de Leidse hoogleraar Lulofs de maat opnieuw vast met de lengte van een slinger met een halve periode van één seconde, wat 3,767 m opleverde.
In 1808 werd de Rijnlandse roede op last van koning Lodewijk Napoleon de officiële lengtemaat van het koninkrijk, maar nog geen jaar later werd hij door de meter vervangen.
In het stelsel
1 Rijnlandse roede = 12 Rijnlandse voet = 144 duim = 1.728 lijn; van 1820 tot 1870: 1 roede = 10 el.