Naar de inhoud
Quaestio

Historische maten

Kies een maat en een aantal, dan wordt het omgerekend naar de eenheden van nu. Filter op grootheid om alleen lengte, oppervlakte, inhoud, massa, aantal of tijd te zien.

Grootheid

Komt overeen met

31,39 cm

1 voet (Rijnlandse voet)

Andersom: 1 m is 3,1853 voeten.

  • Periode: 14e eeuw–1820
  • Streek: Rijnland, Holland en daarbuiten

Meer over de voet

Alle maten, van klein naar groot

MaatKomt overeen metPeriodeGebruik
Lengte
streep1 mm1820–1870heel Nederland
duim2,616 cmtot 1820Rijnland en Holland
palm3 cmtot 1820
voet31,39 cm14e eeuw–1820Rijnland, Holland en daarbuiten
el68,8 cmtot 1820laken en linnen
vadem1,7 mtot 1820Amsterdam en omgeving
roede3,767 m14e eeuw–1820Rijnland en Holland
mijl7,42 km17e–19e eeuwzeevarend Nederland
Oppervlakte
vierkante roede14,19 m²tot 1820Rijnland en Holland
hont1.419 m²tot 1820Rijnland, Holland en Utrecht
gemet4.258 m²tot 1820Rijnland
bunder8.000 m²tot 1820Maastricht en Limburg
morgen8.516 m²tot 1820Rijnland, Holland en Utrecht
Inhoud
vingerhoed10 ml1820–1870heel Nederland
maatje100 ml1820–1870heel Nederland
pint600 mltot 1820bier, wijn, jenever en azijn
kop870 mltot 1820graan
mengel1,2 ltot 1820bier, gist, mosterd en water
kan1,21 ltot 1820wijn
schepel27,9 ltot 1820graan
vat29 ltot 1820melk
anker38,4 ltot 1820wijn, jenever en azijn
zak83,5 ltot 1820graan
mud111,5 ltot 1820graan
aam153,6 ltot 1820wijn, jenever en azijn
okshoofd230,4 ltot 1820wijn, jenever en azijn
last3,01 m³tot 1820graan
Massa
aas48,25 mgtot 1820goud, zilver en munt
korrel100 mg1820–1870heel Nederland
wigtje1 g1820–1870heel Nederland
engels1,544 gtot 1820goud, zilver en munt
lood15,44 gtot 1820Amsterdam
ons30,88 gtot 1820Amsterdam
mark246,1 gtot 1820goud, zilver en munt
pond494,1 gcirca 1630–1820Amsterdam en, als handelsgewicht, ver daarbuiten
Aantal
dozijn12vanaf 1286 tot nuheel Nederland
gros144vanaf de 17e eeuw tot nuheel Nederland
riem papier480tot in de 20e eeuwpapier
Tijd
glas30 min17e eeuw–20e eeuwaan boord van Nederlandse schepen
Insluiten

Deze tool op je eigen site insluiten

Kopieer de code en plak die waar de tool moet verschijnen, bijvoorbeeld in een blogbericht of op een schoolpagina. Het is gratis, het kader heeft geen advertenties en de tool rekent in de browser van de bezoeker.

Zo werkt het

Nederland deed bij de invoering van het metrieke stelsel iets wat geen ander land deed: het hield de oude namen en gaf ze nieuwe, metrieke waarden. De wet van 21 augustus 1816 (Staatsblad nr. 34) voerde het stelsel in, en bij Koninklijk Besluit van 29 maart 1817 (Staatsblad nr. 15) werden de Franse namen vervangen door woorden die hier al in gebruik waren. Vanaf 1820 was de el een meter, de palm een decimeter, de duim een centimeter, de streep een millimeter, de roede tien meter, de mijl een kilometer, de bunder een hectare, de kan een liter, het mud honderd liter, het pond een kilogram, het ons honderd gram en het lood tien gram.

Daardoor heeft bijna elke bekende Nederlandse maat twee betekenissen. Een el in een stuk van 1750 is ongeveer 69 cm stof; een el in een stuk van 1850 is precies een meter. Een pond boter in een oud recept is bijna een halve kilo; een pond in een tekst tussen 1820 en 1870 is een hele kilo. Het gereedschap zet die waarden daarom naast elkaar, met de periode erbij, en maakt er nooit een gemiddelde van. De ijkwet van 7 april 1869 (Staatsblad nr. 57) schreef per 1 januari 1870 meter, kilogram en liter voor als de officiële namen; de oude Nederlandse namen bleven in het spraakgebruik en werden pas bij de ijkwet van 1937 als eenheid geschrapt.

Vóór 1820 had elke stad en elk gewest eigen maten. De voet liep van ongeveer 26,5 cm in Utrecht tot 31,4 cm in Rijnland, de el van 65,6 cm in Eenum in Groningen tot 76 cm in Roermond, en het pond van 433 g in Hulst tot 503,8 g in Zwolle. Steden hielden bovendien vaak twee gewichten naast elkaar, een zwaar en een licht, en een aparte maat voor melk, voor bier en voor wijn. Wie een oud stuk omrekent, moet dus eerst weten uit welke plaats het komt en waarover het gaat.

De landmaten laten die verschillen het sterkst zien. De morgen was overal een afgesproken aantal vierkante roeden, maar zowel dat aantal als de roede verschilde per streek: 600 vierkante roeden op Texel leverden 1,645 ha op, terwijl 150 vierkante roeden in Kerkrade op 0,31 ha uitkwamen. De Rijnlandse morgen van 8.516 m² was de meest gebruikte. In Noord-Brabant en Limburg gold niet de morgen maar de bunder, in Zeeland het gemet. De Rijnlandse maat is niet helemaal verdwenen: in de bloembollenteelt wordt het areaal nog in vierkante Rijnlandse roeden opgegeven.

Sommige maten zijn nooit vastgesteld. De mijl was tot 1820 een uur gaans, en dat werd gelijkgesteld met ongeveer vijf kilometer, met de Franse lieue marine van 5.555 m, met 20.000 Amsterdamse voet of met 20.000 Rijnlandse voet. Zulke maten staan hier met de marge die in de bronnen staat, niet met een verzonnen getal. Soms gaat zelfs dat niet: het tal waarmee haring werd geteld, komt in de bronnen met onverenigbare aantallen voor, en zo’n maat is helemaal niet om te rekenen.

Twee namen uit 1820 zijn het metrieke stelsel overleefd. Het pond en het ons zijn sinds de ijkwet van 1937 geen officiële eenheden meer, maar aan de toonbank betekent een ons nog altijd precies de 100 g van 1820, en een pond een halve kilo. Dat laatste is een latere gewoonte: tussen 1820 en 1870 was een pond een hele kilo.

Zo worden de tools gecontroleerd