Mud
Inhoud · Ook wel: mudde, malder
Komt overeen met
111,5 l
1 mud (Amsterdams mud)
Andersom: 1 m³ is 8,9686 mudden.
- Periode: tot 1820
- Streek: Amsterdam
- Handelswaar: graan
Waarden
| Waarde | Komt overeen met | Periode | Gebruik |
|---|---|---|---|
| Amsterdams mud | 111,5 l | tot 1820 | graan · Amsterdam |
| overige muddenDe kleinste in de databank is Oosterhesselen met 79,8 l, de grootste het zestiende-eeuwse Maastricht met 558,1 l. De meeste plaatsen zitten tussen 100 en 200 l. | 79,8–558,1 l | tot 1820 | graan · overig Nederland |
| Nederlands mud | 100 l | 1820–1870 | heel Nederland |
Waarvoor de maat werd gebruikt
Het mud was de grote graanmaat: rogge, tarwe en gerst werden er op de markt en in pachtcontracten in gerekend.
Het was een inhoudsmaat, geen gewicht, zodat een mud rogge en een mud haver hetzelfde volume maar een ander gewicht hadden.
De maat verschilde sterk per plaats, want elke stad had haar eigen ijkvaten in de korenbeurs of het waaggebouw.
In het Nederlands metriek stelsel werd de hectoliter mud genoemd, waarmee het mud van 1820 tot 1870 precies 100 liter was.
Na 1870 bleef mud in het spraakgebruik bestaan, onder meer als maat voor een zak steenkool of aardappelen.
In het stelsel
1 mud = 4 schepel (meestal); 1 Amsterdamse last = 27 mud. Van 1820 tot 1870: 1 mud = 100 kop = 100 liter.
Bronnen
- Meertens Instituut (KNAW), databank Oude Nederlandse maten en gewichten, ‘mud’
- Koninklijk Besluit van 29 maart 1817 houdende de Nederlandsche benamingen der maten en gewigten, Staatsblad 1817, nr. 15
- Nederlands metriek stelsel: overzicht van de Nederlandse benamingen en hun metrieke waarden, 1820–1870