Kop
Inhoud
Komt overeen met
870 ml
1 kop (Amsterdamse kop)
Andersom: 1 l is 1,1494 koppen.
- Periode: tot 1820
- Streek: Amsterdam
- Handelswaar: graan
Waarden
| Waarde | Komt overeen met | Periode | Gebruik |
|---|---|---|---|
| Amsterdamse kop | 870 ml | tot 1820 | graan · Amsterdam |
| overige koppenDe kleinste in de databank is Amersfoort met 0,73 l, de grootste Helmond met 5,57 l. | 0,73–5,57 l | tot 1820 | graan · overig Nederland |
| Nederlandse kop | 1 l | 1820–1870 | heel Nederland |
Waarvoor de maat werd gebruikt
De kop was de kleinste graanmaat waarmee op de markt nog werd geschept, ongeveer een liter.
Hij was het tweeëndertigste deel van het schepel, al liep de inhoud per plaats sterk uiteen: de databank van het Meertens Instituut noemt voor Amsterdam 0,87 l in de kleinhandel, maar voor Amersfoort 0,73 l en voor Helmond 5,57 l.
Het woord is hetzelfde als de kop waaruit men drinkt. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal beschrijft kop als benaming voor nap- of komvormige vaten, en daaronder valt ook het meetvat voor droge waren.
Er werd niet alleen graan mee gemeten. In Hoorn ging de kop ook voor aardappelen, fruit, kalk, cement en schelpzand, en het WNT citeert een straatroep van rond 1830: ‘Haase boontjes een cent het kop’.
In het Gooi bestond zelfs een koptiende, een tiende die zijn naam dankte aan de koppen koren die van elk schepel land werden geheven.
In het Nederlands metriek stelsel kreeg de liter voor droge waren de naam kop, naast de kan voor natte waren.
Daardoor betekent kop in een stuk van tussen 1820 en 1870 altijd precies één liter.
Volgens het WNT raakte de naam langzamerhand in onbruik, mede omdat het gewoonte werd veel droge waren te wegen in plaats van te meten. Oosthoeks encyclopedie, die het WNT citeert, noemde de kop nog een verouderde maat die in de volksmond voor erwten en bonen werd gebruikt.
Als drinkkop leeft het woord gewoon voort, als maat is het verdwenen.
In het stelsel
32 kop = 1 Amsterdams schepel; 1 kop = 4 maatje. Van 1820 tot 1870: 1 kop = 1 liter, 10 kop = 1 schepel, 100 kop = 1 mud.
Bronnen
- Meertens Instituut (KNAW), databank Oude Nederlandse maten en gewichten, ‘kop’
- Woordenboek der Nederlandsche Taal, ‘kop (II)’
- Koninklijk Besluit van 29 maart 1817 houdende de Nederlandsche benamingen der maten en gewigten, Staatsblad 1817, nr. 15
- Wet van 21 augustus 1816 op het eenvormig stelsel van maten en gewigten, Staatsblad 1816, nr. 34
- Wet van 7 april 1869 omtrent de maten, gewigten en weegwerktuigen, Staatsblad 1869, nr. 57, van kracht per 1 januari 1870
- Nederlands metriek stelsel: overzicht van de Nederlandse benamingen en hun metrieke waarden, 1820–1870