Schepel
Inhoud · Ook wel: vat, scheppel
Komt overeen met
27,9 l
1 schepel (Amsterdams schepel, groothandel)
Andersom: 1 m³ is 35,8423 schepels.
- Periode: tot 1820
- Streek: Amsterdam
- Handelswaar: graan
Waarden
| Waarde | Komt overeen met | Periode | Gebruik |
|---|---|---|---|
| Amsterdams schepel, groothandel | 27,9 l | tot 1820 | graan · Amsterdam |
| Amsterdams schepel, kleinhandel | 27,76 l | tot 1820 | graan · Amsterdam |
| overige schepelsDe kleinste in de databank is Beilen in Drenthe met 22,8 l, de grootste het zestiende-eeuwse Wijk bij Duurstede met 51,2 l. | 22,8–51,2 l | tot 1820 | graan · overig Nederland |
| Nederlands schepel | 10 l | 1820–1870 | heel Nederland |
Waarvoor de maat werd gebruikt
Het schepel was de maat waarin graan werd afgemeten bij de verkoop en waarin pachten in natura werden uitgedrukt.
Amsterdam kende twee schepels naast elkaar: een iets groter schepel voor de groothandel en een kleiner voor de kleinhandel.
Het schepel was ook een landmaat in verkapte vorm: in Brabant en Gelderland werd land afgemeten naar de hoeveelheid zaaigoed die erop ging, bijvoorbeeld een schepel gezaaid.
In het Nederlands metriek stelsel werd de decaliter schepel genoemd, dus 10 liter.
In het stelsel
4 schepel = 1 mud; 3 schepel = 1 zak (Amsterdam). Van 1820 tot 1870: 1 schepel = 10 kop = 10 liter.
Bronnen
- Meertens Instituut (KNAW), databank Oude Nederlandse maten en gewichten, ‘schepel’
- Koninklijk Besluit van 29 maart 1817 houdende de Nederlandsche benamingen der maten en gewigten, Staatsblad 1817, nr. 15
- Nederlands metriek stelsel: overzicht van de Nederlandse benamingen en hun metrieke waarden, 1820–1870