Maatje
Inhoud
Komt overeen met
40–110 ml
1 maatje (oud maatje)
Deze maat is nooit vastgesteld. De marge is wat in de bronnen staat.
- Periode: tot 1820
- Streek: diverse plaatsen
- Handelswaar: natte waren
- De databank noteert ’s-Heerenberg met 0,04 l en Steenwijk met 0,11 l.
Waarden
| Waarde | Komt overeen met | Periode | Gebruik |
|---|---|---|---|
| oud maatjeDe databank noteert ’s-Heerenberg met 0,04 l en Steenwijk met 0,11 l. | 40–110 ml | tot 1820 | natte waren · diverse plaatsen |
| Nederlands maatje | 100 ml | 1820–1870 | heel Nederland |
Waarvoor de maat werd gebruikt
Het maatje was een klein schenkmaatje voor natte waren en werd per plaats geijkt, meestal tussen de vier en elf centiliter.
In het Nederlands metriek stelsel kreeg de deciliter deze naam, en wel voor droge én natte waren, zodat het maatje in beide reeksen voorkomt.
Het is daarmee de enige naam uit 1817 die in de droge en de natte reeks dezelfde waarde heeft.
Sinds 1870 heet deze maat deciliter.
In het stelsel
Van 1820 tot 1870: 1 maatje = 10 vingerhoed = 1 deciliter; 10 maatje = 1 kan of 1 kop.
Bronnen
- Meertens Instituut (KNAW), databank Oude Nederlandse maten en gewichten, ‘maatje’
- Koninklijk Besluit van 29 maart 1817 houdende de Nederlandsche benamingen der maten en gewigten, Staatsblad 1817, nr. 15
- Nederlands metriek stelsel: overzicht van de Nederlandse benamingen en hun metrieke waarden, 1820–1870