Procenten berekenen
Drie gangbare procentvragen, elk met een eigen antwoord. Vul je getallen in, dan wordt het resultaat meteen berekend.
Hoeveel is X procent van een getal?
Bijvoorbeeld de korting op een prijs of de btw over een bedrag.
Hoeveel procent is het ene getal van het andere?
Bijvoorbeeld welk aandeel van het budget een post inneemt.
Hoe groot is de verandering in procenten?
Bijvoorbeeld de prijsstijging tussen twee jaren.
Zo werkt het
Procent betekent honderdste. 15% van 80 berekenen is dus hetzelfde als 15 honderdsten van 80 nemen, wat 12 geeft.
Wil je weten welk aandeel iets vormt, deel dan het deel door het geheel en vermenigvuldig met 100. 12 van 80 geeft 0,15, dus 15%.
De procentuele verandering wordt altijd aan de beginwaarde gemeten. Van 200 naar 250 is een stijging van 25%, maar terug van 250 naar 200 is een daling van 20%. Hetzelfde verschil in euro’s geeft naargelang het vertrekpunt een ander percentage.
Een stijging van 50% gevolgd door een daling van 50% heft elkaar niet op. Je komt uit op 75% van de beginwaarde.
Zo rekent de tool
Elk van de drie vakken heeft een eigen formule: P% van X is P / 100 × X, het aandeel is deel / geheel × 100, en de verandering is (naar − van) / |van| × 100. Doordat de grootte van de beginwaarde wordt genomen, klopt de richting ook als die negatief is: van −100 naar −50 is een stijging van 50%. Het antwoord krijgt hoogstens tien significante cijfers, dus 20 van 120 wordt 16,66666667%. Is het geheel of de beginwaarde nul, dan bestaat er geen percentage, omdat je dan door nul zou delen, en dat zegt de tool in plaats van een antwoord te geven. Van 0 naar 0 telt als geen verandering.
Spaties in de velden worden genegeerd. Punten die op de gewone manier duizendtallen scheiden, zoals in 1.250 of 12.500.000, worden zo gelezen, en 1.250,5 werkt ook. Een komma is een decimaalteken, dus 2,5 is twee en een half. Let op: 1.500 is vijftienhonderd en geen anderhalf. Het procentteken typ je niet in; het staat al achter het vak.
Procent of procentpunt
Het derde vak geeft altijd de relatieve verandering: het verschil gedeeld door de beginwaarde. Als de twee getallen zelf percentages zijn, zoals rentes, is dat zelden wat je bedoelt. In juni 2024 verlaagde de Europese Centrale Bank de rente op de depositofaciliteit met 25 basispunten, van 4% naar 3,75%. Vul je 4 en 3,75 in, dan antwoordt de tool “Een daling van 6,25%”.
Beide beschrijvingen kloppen, maar ze beantwoorden een andere vraag. Volgens Taaladvies.net is een procent een honderdste deel van iets en dus relatief, terwijl een procentpunt een punt op een procentschaal is en dus een absolute grootheid. De ECB-rente daalde met een kwart procentpunt, en dat is een daling van 6,25%.
Voorbeeld: de btw in een prijs
Het algemene btw-tarief in Nederland is 21%. Iets dat exclusief btw 100 euro kost, krijgt 21% van 100 erbij, dus 21 euro, en kost inclusief btw 121 euro. Vul je in het tweede vak 21 als deel en 121 als geheel in, dan is het antwoord 17,3553719%.
De btw is dus 21% van de prijs exclusief, maar slechts ruim een zesde van de prijs inclusief. In het algemeen is een opslag van p procent gelijk aan p / (100 + p) van het nieuwe totaal. Daarom kun je van een prijs inclusief btw niet 21% aftrekken om de prijs exclusief te krijgen: 121 euro min 21% is 95,59 euro, geen 100.