tijd omrekenen
Kies waarvan je uitgaat, vul de waarde in en kies waarin je die wilt hebben. Alles eronder werkt bij terwijl je typt.
1 h = 60 min
Alle eenheden in deze categorie
- 3.600.000ms
- 3.600s
- 60min
- 1h
- 0,041666667d
- 0,005952381week
- 0,0013689535maand
- 0,00011407946jaar
Andere gangbare omrekeningen
Over de eenheden
- Milliseconden (ms) – Een milliseconde is een duizendste seconde, want milli betekent 10⁻³, en een erkende eenheid in de hele Europese Unie. Programmeurs komen haar voortdurend tegen: JavaScript telt tijd in milliseconden sinds 1 januari 1970 UTC, terwijl Unix en POSIX seconden tellen vanaf hetzelfde moment. De valkuil volgt meteen: een tijdstempel die in de verkeerde eenheid wordt gelezen, zit er een factor duizend naast, en een datumkolom toont opeens 1970 of een jaar ver in de toekomst. Het symbool is ms. mS is de millisiemens, een heel andere grootheid.
- Seconden (s) – De seconde is de SI-basiseenheid van tijd en wordt vastgesteld door de Algemene Conferentie voor Maten en Gewichten. Sinds 1967 is zij bepaald door het cesium-133-atoom: de tijd waarin de cesiumfrequentie 9.192.631.770 keer heen en weer gaat, en in 2018 is die definitie herschreven tot een vaste waarde van die frequentie. Zij is erkend in de hele Europese Unie en de grondslag van alle maten voor snelheid, vermogen en frequentie. De SI-seconde heeft niets met de aardrotatie te maken: schrikkelseconden corrigeren UTC, niet de seconde.
- Minuten (min) – Een minuut is 60 seconden. Een SI-eenheid is zij niet, maar de SI-brochure rekent haar bij de sinds lang gevestigde tijdseenheden, en de EU-richtlijn noemt haar onder de erkende eenheden. In de typegoedkeuringsdocumenten van de Unie staat zij omgekeerd: het motortoerental wordt als min⁻¹ geschreven. Het symbool is min, niet m, dat meter betekent, en niet ′, dat een boogminuut is. Voorvoegsels mag de minuut niet krijgen.
- Uren (h) – Een uur is 60 minuten, dus 3.600 seconden. Zoals de minuut is het geen SI-eenheid, maar het staat bij de sinds lang gevestigde tijdseenheden in de SI-brochure en de EU-richtlijn rekent het onder de erkende eenheden. Omdat samenstellingen van erkende eenheden ook erkend zijn, volgen kilometer per uur en kilowattuur er rechtstreeks uit: een kilowattuur is precies 3,6 megajoule omdat het uur precies 3.600 seconden is. Het symbool is h, klein en zonder punt. Bij de overgang naar zomertijd heeft een etmaal 23 of 25 uur.
- Dagen (d) – Een etmaal is 24 uur, dus precies 86.400 seconden – een getal dat in alle programmering terugkomt. De eenheid is geen SI-eenheid, maar staat bij de sinds lang gevestigde tijdseenheden in de SI-brochure en is erkend in de Europese Unie. Het etmaal van de eenheid is exact; de zonnedag niet, omdat de aardrotatie varieert. Daarom is UTC tot nu toe met schrikkelseconden binnen negen tienden van een seconde van de aardrotatietijd gehouden, en besloot de Algemene Conferentie voor Maten en Gewichten in 2022 die grens uiterlijk in 2035 te verruimen.
- Weken (week) – Een week is zeven etmalen, dus 604.800 seconden. Zij is de enige tijdseenheid hier die niemand vaststelt: de week ontbreekt zowel in de lijst van tijdseenheden in de SI-brochure als in de bijlage van de EU-richtlijn. Toch bepaalt zij planning, loonperioden en zwangerschapsduur. De nummering verschilt: de internationale norm laat de week op maandag beginnen en week 1 de eerste donderdag van het jaar bevatten, terwijl de Amerikaanse praktijk op zondag begint. Een jaar is geen 52 weken.
- Maanden (maand) – Een maand is hier een twaalfde van het gemiddelde gregoriaanse jaar: 30,436875 etmalen, precies 2.629.746 seconden. Geen echte maand is zo lang, want kalendermaanden duren 28 tot 31 dagen, dus de omrekening past bij gemiddelden, niet bij datums. De maand is geen SI-eenheid en geen erkende meeteenheid in de EU. Voor termijnen in EU-regels volgt Verordening 1182/71 de kalender: een termijn in maanden eindigt op dezelfde datum, en bestaat die dag in de laatste maand niet, dan op de laatste dag van die maand.
- Jaren (jaar) – Een jaar is hier het gregoriaanse gemiddelde jaar: 365,2425 etmalen, dus precies 31.556.952 seconden. Dat getal volgt uit de schrikkeljaarregel, die 97 schrikkeldagen op 400 jaar geeft. Het jaar is geen SI-eenheid en geen erkende meeteenheid in de Unie, maar het staat in contracten, rente en energieverbruik – het EU-energielabel geeft het verbruik van koelkasten in kilowattuur per jaar. De valkuil is dat ‘een jaar’ meer dingen betekent: het juliaanse jaar is 365,25 etmalen, en renteberekeningen rekenen vaak 360 of 365 dagen zonder schrikkeldag.